Blog

Wat is een kanaalstenose?

Een kanaalstenose, oftewel stenose, is een vernauwing van het wervelkanaal. Door het wervelkanaal lopen zenuwen.
Normaal is er voldoende ruimte in het kanaal voor zenuwen. Door de vernauwing kunnen de zenuwen bekneld raken.

Een kanaalstenose kan in de lage rug voorkomen, maar ook in de nek. Het komt vaker voor in de lage rug.
De jaarlijkse incidentie van een stenose laag in de rug is ca. 10/100.000 per inwoners en stijgt met de leeftijd.
Dit is vier keer hoger dan de incidentie van een stenose in de nek.

Dit blog gaat over de kanaalstenose laag in de rug.

 

Hoe ontstaat een kanaal stenose?

Meerdere factoren kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een stenose.
Degeneratie (geleidelijke achteruitgang) van de wervelschijf veroorzaakt vaak een uitsteeksel, wat leidt tot vernauwing aan de voorzijde van het wervelkanaal (centrale stenose).
Als gevolg van degeneratie van de wervelschijf kan de hoogte tussen de wervels verkleind worden, waardoor de uitstekende botdelen van de wervels de ruimte verkleinen (foraminale stenose). Een dergelijke toename van belasting kan leiden tot artrose van de gewrichten bij de wervels (laterale stenose).

Afhankelijk van de mate van de degeneratie kan een stenose alleen of in combinatie (centraal, foraminaal en/of lateraal) voorkomen. Al met al kunnen de ruimtes waar de zenuwen doorheen lopen kleiner worden, waardoor de zenuwen bekneld raken. De lage rug bestaat uit 5 wervels.

Een stenose komt het meest voor op L4-5, gevolgd door L3-4, L5-S1 en L1-2.

 

Welke symptomen zijn er bij een kanaalstenose?

  • > 60jr
  • Ontstaat geleidelijk
  • Brandende, doffe pijn, zwaar/moe gevoel
  • Pijn in het bovenbeen, onderbeen, voet en/of heupregio. Vaak ook rugpijn
  • één of beide benen
  • Verergering bij staan en lopen met gestrekte rug
  • Vermindering bij fietsen, zitten en vooroverbuigen
  • Meestal geen afwijkingen in het lichamelijk onderzoek

Hoe vaak komt het voor?

Wervelkanaalstenosen komen frequent voor. Ze leiden in het merendeel van de gevallen niet tot klachten. Uit onderzoek blijkt dat bij 21% van de asymptomatische personen boven de 60 jaar een wervelkanaalstenose kan worden aangetoond.

 

Hoe wordt de diagnose kanaalstenose gesteld?

De symptomen pijn in bil en been (beiderzijds), de afwezigheid van pijn in zittende positie, verbetering van de pijn bij vooroverbuigen en een breed basisch gangspoor zijn de meest bruikbare klinische bevindingen voor het aantonen van een stenose in de lage rug.
Lichamelijk onderzoek is minder bijdragend aan het stellen van de diagnose. Met MRI- of CT-onderzoek van de lage rug kan de aanwezigheid van een stenose bevestigd worden.

 

Hoe is het beloop?

Het natuurlijke beloop is variabel. Over het algemeen blijven de klachten zonder interventie min of meer onveranderd aanwezig. Bij een minderheid van de patiënten is sprake van progressie of verbetering van de klachten.

 

Behandeling/Herstel

Het beleid is conservatief met eventueel oefentherapie met speciale aandacht voor houding. In aanvulling hierop kunnen pijnstillers worden voorgeschreven. Bij ernstige of progressieve pijnklachten en/of een duidelijk afgenomen loopafstand kan een operatie worden overwogen.

Een manueel therapeut kan u helpen door te kijken naar de mobiliteit van de midden rug of heup en daar eventuele manipulaties voor toepassen, mocht dat nodig zijn. Daarnaast zijn oefeningen van belang. Oefeningen gericht op het verbeteren van mobiliteit van de gewrichten en spieren, stabiliserende oefeningen voor de lage rug en het bekken én training van het uithoudingsvermogen van de spieren van de heup en benen.